Camcevi Accord 42mg Susp Inj Voorgevulde Spuit 1
Op voorschrift
Geneesmiddel

Camcevi Accord 42mg Susp Inj Voorgevulde Spuit 1

  € 309,14

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 309,14
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Androgeendeprivatietherapie kan het QT-interval verlengen Bij patiënten met een voorgeschiedenis van of met risicofactoren voor QT-verlenging en bij patiënten die gelijktijdig geneesmiddelen gebruiken die het QT-interval zouden kunnen verlengen (zie rubriek 4.5) dient de arts voorafgaand aan de start met leuproreline de risico�batenanalyse te evalueren, waaronder de kans op torsade de pointes. Periodieke monitoring van elektrocardiogrammen en elektrolyten moet worden overwogen. Cardiovasculaire aandoeningen Er is een verhoogd risico gemeld op het ontwikkelen van een myocardinfarct, plotselinge hartdood en beroerte in combinatie met het gebruik van LHRH-agonisten bij mannen. Het risico lijkt gering, gebaseerd op de gerapporteerde odds ratio's, en dient zorgvuldig te worden geëvalueerd samen met cardiovasculaire risicofactoren bij het bepalen van een behandeling voor patiënten met prostaatkanker. Patiënten die behandeld worden met LHRH-agonisten dienen gemonitord te worden op symptomen en tekenen van ontwikkeling van cardiovasculaire aandoeningen en behandeld te worden volgens de huidige klinische praktijk. Voorbijgaande testosteron 'flare' Leuproreline veroorzaakt, net zoals andere LHRH-agonisten, een voorbijgaande toename van serumconcentraties van testosteron, dihydrotestosteron en zure fosfatase gedurende de eerste week van de behandeling. Patiënten kunnen verslechtering van symptomen of het optreden van nieuwe symptomen ervaren, waaronder botpijn, neuropathie, hematurie, of obstructie van de ureter of blaasuitgang (zie rubriek 4.8). Doorgaans nemen deze symptomen af bij voortzetting van de behandeling. Aanvullende toediening van een geschikt antiandrogeen dient te worden overwogen vanaf 3 dagen voor de behandeling met leuproreline en gedurende de eerste 2 tot 3 weken van de behandeling. Het is beschreven dat deze behandeling de restklachten van een initiële testosterontoename voorkomt. Na chirurgische castratie zal behandeling met leuproreline niet leiden tot een verdere afname van testosteronspiegels in serum bij mannelijke patiënten. Botdichtheid In de medische literatuur is afname van de botdichtheid gemeld bij mannen die een orchidectomie hebben ondergaan of zijn behandeld met LHRH-agonisten (zie rubriek 4.8). Antiandrogeentherapie verhoogt het risico op botbreuken ten gevolge van osteoporose significant. Er zijn slechts weinig gegevens hierover beschikbaar. Breuken ten gevolge van osteoporose werden waargenomen bij 5% van de patiënten na een 22 maanden durende farmacologische androgeendeprivatietherapie en bij 4% van de patiënten na 5 tot 10 jaar behandeling. Het risico op breuken ten gevolge van osteoporose is over het algemeen hoger dan het risico op pathologische breuken. Afgezien van langdurige testosterondeficiëntie, kunnen toenemende leeftijd, roken, consumptie van alcohol, obesitas en onvoldoende lichaamsbeweging een invloed hebben op de ontwikkeling van osteoporose. Hypofyse-apoplexie Tijdens postmarketing onderzoek werden zeldzame gevallen van hypofyseapoplexie (een klinisch syndroom voortkomend uit een infarct van de hypofyse) gemeld na de toediening van LHRH-agonisten. Het merendeel van de gevallen trad op binnen 2 weken na de eerste dosis en enkele gevallen deden zich binnen het eerste uur voor. In deze gevallen kwam hypofyse�apoplexie tot uiting door plotselinge hoofdpijn, braken, visuele veranderingen, oftalmoplegie, verandering in mentale toestand en soms cardiovasculaire shock. Directe medische hulp is vereist. Metabole veranderingen Hyperglykemie en een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes zijn gemeld bij mannen die behandeld zijn met LHRH-agonisten. Hyperglykemie kan wijzen op een ontwikkeling van diabetes mellitus of een verslechtering van de glykemische controle bij patiënten met diabetes. De bloedglucosespiegel en/of het gehalte van geglycosyleerd hemoglobine (HbA1c) moet periodiek worden gecontroleerd bij patiënten die behandeld worden met een LHRH-agonist, en indien nodig moeten patiënten volgens de huidige klinische praktijk voor hyperglykemie of diabetes worden behandeld. Metabole veranderingen in verband met GnRH-analogen kunnen ook leververvetting omvatten. Convulsies Post-marketing zijn gevallen van convulsies waargenomen bij patiënten met of zonder een voorgeschiedenis van predisponerende factoren, die behandeld werden met leuproreline (zie rubriek 4.8). Convulsies dienen behandeld te worden volgens de huidige klinische praktijk. Idiopathische intracraniële hypertensie Idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) is gemeld bij patiënten die leuproreline ontvingen. Patiënten moeten worden gewaarschuwd voor tekenen en symptomen van idiopathische intracraniële hypertensie, waaronder ernstige of terugkerende hoofdpijn, zichtstoornissen en tinnitus. Indien idiopathische intracraniële hypertensie optreedt, moet worden overwogen het gebruik van leuproreline te staken. Ernstige bijwerkingen van de huid In verband met behandeling met leuproreline zijn ernstige bijwerkingen van de huid (severe cutaneous adverse reactions, SCAR's) gemeld, waaronder Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN), die levensbedreigend of fataal kunnen zijn. Wanneer dit geneesmiddel wordt voorgeschreven, dienen patiënten te worden ingelicht over de tekenen en symptomen. Zij moeten nauwlettend worden gecontroleerd op huidreacties. Als er tekenen en symptomen optreden die op deze reacties wijzen, dan moet leuproreline onmiddellijk worden stopgezet en een alternatieve behandeling worden overwogen (indien nodig). Andere voorvallen Gevallen van ureterobstructie en compressie van de wervelkolom, die kan bijdragen aan verlamming met of zonder fatale complicaties, zijn gemeld na gebruik van LHRH-agonisten. Indien compressie van de wervelkolom of een gestoorde nierfunctie zich ontwikkelen, dient standaardtherapie voor deze complicaties te worden ingesteld. Patiënten met vertebrale- en/of hersenmetastasen alsook patiënten met een urinewegobstructie dienen nauwkeurig te worden gemonitord gedurende de eerste paar weken van behandeling.

4.1 Therapeutische indicaties CAMCEVI is geïndiceerd voor de behandeling van hormoonafhankelijke gevorderde prostaatkanker en voor de behandeling van hoog-risico gelokaliseerde en lokaal gevorderde hormoonafhankelijke prostaatkanker in combinatie met radiotherapie.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Er is geen farmacokinetisch onderzoek naar geneesmiddeleninteracties uitgevoerd. Er zijn geen meldingen van interacties van leuproreline met andere geneesmiddelen. Aangezien androgeendeprivatietherapie het QT-interval kan verlengen, moet het gelijktijdig gebruik van leuproreline met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze het QT-interval verlengen en met geneesmiddelen die torsade de pointes kunnen induceren, zoals klasse IA (bijvoorbeeld kinidine, disopyramide) of klasse III (bijvoorbeeld amiodaron, sotalol, dofetilide, ibutilide) antiaritmica, methadon, moxifloxacine, antipsychotica, enz. zorgvuldig worden geëvalueerd (zie rubriek 4.4).

4.8 Bijwerkingen Samenvatting van het veiligheidsprofiel Bijwerkingen die bij leuproreline-bevattende geneesmiddelen zijn waargenomen, zijn overwegend het gevolg van de specifieke farmacologische werking van leuproreline, te weten de toename en afname van bepaalde hormoonspiegels. De meest beschreven bijwerkingen zijn opvliegers, nausea, malaise, vermoeidheid en voorbijgaande lokale irritatie op de injectieplaats. Milde of matige opvliegers komen bij circa 58% van de patiënten voor. Lijst van bijwerkingen in tabelvorm De volgende bijwerkingen werden gerapporteerd gedurende klinische studies met leuproreline-bevattende geneesmiddelen voor injectie bij patiënten met gevorderd prostaatcarcinoom. De bijwerkingen zijn geclassificeerd, naar frequentie, als zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, <1/100), zelden (≥1/10.000, <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Tabel 1: Bijwerkingen gemeld voor leuproreline-bevattende geneesmiddelen voor injectie Infecties en parasitaire aandoeningen vaak nasofaryngitis soms urineweginfectie, lokale infectie van de huid Bloed- en lymfestelselaandoeningen vaak hematologische veranderingen, anemie Voedings- en stofwisselingsstoornissen soms verergering van diabetes mellitus Psychische stoornissen soms abnormale dromen, depressie, verminderd libido Zenuwstelselaandoeningen soms duizeligheid, hoofdpijn, hypo-esthesie, slapeloosheid, smaakstoornis, reukstoornis, vertigo zelden abnormale onwillekeurige beweging niet bekend idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) (zie rubriek 4.4) Hartaandoeningen soms QT-verlenging (zie rubriek 4.4 en 4.5), myocardinfarct (zie rubriek 4.4) Bloedvataandoeningen zeer vaak opvliegers soms hypertensie, hypotensie zelden syncope, collaps Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen soms rhinorroe, dyspneu niet bekend interstitiële longziekte Maagdarmstelselaandoeningen vaak nausea, diarree, gastro-enteritis/colitis soms constipatie, droge mond, dyspepsie, braken zelden flatulentie, oprisping Huid- en onderhuidaandoeningen zeer vaak ecchymosen, erytheem vaak pruritus, nachtzweet soms klamheid, toegenomen transpiratie zelden alopecia, huideruptie Niet bekend Stevens-Johnson-syndroom / toxische epidermale necrolyse (SJS/TEN) (zie rubriek 4.4) Toxische huideruptie Erythema multiforme Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen vaak artralgie, pijn van de ledematen, myalgie, rigors, zwakheid soms rugpijn, spierkrampen Nier- en urinewegaandoeningen vaak onregelmatig urineren, plasproblemen, dysurie, nachtelijke mictie, oligurie soms blaasspasme, hematurie, urinefrequentie verergerd, urineretentie Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen vaak borstgevoeligheid, testiculaire atrofie, testiculaire pijn, infertiliteit, borsthypertrofie, erectiele disfunctie, reductie van penisgrootte soms gynaecomastie, impotentie, testiculaire aandoening zelden borstpijn Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen zeer vaak vermoeidheid, injectieplaatsgloeien, injectieplaatsparesthesie vaak malaise, injectieplaatspijn, injectieplaatskneuzing, stekend gevoel op injectieplaats soms injectieplaatspruritus, injectieplaatsverharding, lethargie, pijn, pyrexie zelden injectieplaatsulceratie Zeer zelden injectieplaatsnecrose Onderzoeken vaak bloed creatinefosfokinase verhoogd, coagulattietijd verlengd soms alanine-aminotransferase verhoogd, bloed triglyceriden verhoogd, protrombinetijd verlengd, gewicht verhoogd Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Andere ongewenste effecten die in het algemeen zijn gemeld bij behandeling met leuproreline zijn perifeer oedeem, longembolie, hartkloppingen, myalgie, een verandering in de zintuiglijke gewaarwording van de huid, spierzwakte, rillingen, rash, amnesie en visuele stoornissen. Spieratrofie is waargenomen bij langdurig gebruik van de producten in deze klasse. Infarct van al bestaande hypofyse-adenomen na toediening van zowel kortwerkende als langwerkende LHRH-agonisten is zelden gemeld. Trombocytopenie en leukopenie zijn zelden gemeld. Veranderingen in glucosetolerantie zijn gemeld. Convulsies zijn gemeld na toediening van een LHRH-agonist-analoog (zie rubriek 4.4).

4.3 Contra-indicaties CAMCEVI is gecontra-indiceerd bij vrouwen en bij kinderen. Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor andere LHRH-agonisten of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Bij patiënten die reeds een orchidectomie hebben ondergaan (net zoals met andere LHRH�agonisten, resulteert de behandeling met leuproreline in geval van chirurgische castratie niet in een verdere afname van de testosteronspiegels in serum). Als monotherapie bij prostaatcarcinoompatiënten met compressie van de wervelkolom of bewijs van metastasen in de wervelkolom (zie ook rubriek 4.4).

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding CAMCEVI is gecontra-indiceerd bij vrouwen. Gebaseerd op bevindingen bij dieren en de werkingsmechanismen kan leuproreline de vruchtbaarheid bij mannen met reproductief potentieel aantasten (zie rubriek 5.3).

4.2 Dosering en wijze van toediening Dosering Volwassen prostaatkankerpatiënten CAMCEVI dient te worden toegediend onder begeleiding van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die deskundigheid heeft in de controle van de respons op de behandeling. CAMCEVI 21 mg wordt iedere drie maanden als een enkele subcutane injectie toegediend. De geïnjecteerde oplossing vormt een vast afgiftedepot van het geneesmiddel en zorgt voor een continue afgifte van leuproreline gedurende een periode van drie maanden. Als algemene regel geldt dat de therapie van gevorderde prostaatkanker met leuproreline een langdurige behandeling inhoudt en de therapie dient niet te worden afgebroken wanneer remissie of verbetering optreedt. Leuproreline kan worden gebruikt als neo-adjuvante of adjuvante therapie in combinatie met radiotherapie in hoog-risico gelokaliseerde en lokaal gevorderde prostaatkanker. De respons op leuproreline dient te worden gecontroleerd middels klinische parameters en meting van spiegels van prostaatspecifiek antigeen (PSA) in serum. Klinische studies hebben aangetoond dat testosteronspiegels gedurende de eerste 3 dagen van de behandeling toenamen bij de meerderheid van patiënten die geen orchidectomie hadden ondergaan. Hierna daalden de spiegels binnen 3 - 4 weken tot beneden het medische castratieniveau. Eenmaal bereikt, werd het castratieniveau gehandhaafd zo lang als de therapie voortduurde (<1% testosterondoorbraken). Indien een patiëntenrespons suboptimaal lijkt te zijn, dient bevestigd te worden of de testosteronspiegels in serum het castratieniveau hebben bereikt of op dit niveau blijven. Bij patiënten met gemetastaseerde castratieresistente prostaatkanker die niet chirurgisch gecastreerd zijn, die een gonadotropine-releasing hormoon (LHRH-)agonist zoals leuproreline ontvangen en die geschikt zijn voor behandeling met androgeenbiosynthese-remmers of androgeenreceptor-remmers, kan de behandeling met een LHRH-agonist worden voortgezet. Speciale patiëntengroepen Verminderde nier-/leverwerking Er zijn geen klinische studies uitgevoerd bij patiënten met een gestoorde lever- of nierfunctie. Pediatrische patiënten De veiligheid en werkzaamheid van leuproreline bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn niet vastgesteld (zie ook rubriek 4.3). Er zijn geen gegevens beschikbaar. Wijze van toediening CAMCEVI dient alleen subcutaan toegediend te worden door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg die bekend zijn met deze procedures. De instructies voor toediening van dit geneesmiddel dienen nauwgezet te worden opgevolgd (zie rubriek 6.6). Intra-arteriële of intraveneuze injectie moet absoluut worden vermeden. Net zoals bij andere geneesmiddelen die via subcutane injectie worden toegediend, dient de injectieplaats regelmatig te worden gewisseld.

CNK 4969234
Organisaties Accord Healthcare
Breedte 34 mm
Lengte 78 mm
Diepte 130 mm
Actieve ingrediënten leuproreline mesilaat
Behoud Koelkast (2°C - 8°C)